Een tijdje terug leerde ik Valéas deuren en lades te sluiten met zijn snoet. Hij kan het natuurlijk ook met zijn poot; altijd handig bij loodzware of onverwoestbare deuren!
Om een deur te openen, moet een touw aan de deurklink hangen. Als de deur echter op een kier staat, zwiert Valéas uit gemak de deur open door zijn neus ertussen te steken. In plaats van hem altijd mooi voor de deur te moeten mikken en altijd te moeten hinten dat ik met ‘vooruit’ bedoel dat hij door die deur moet en ze dus zo open moet wringen, ben ik er een tijd geleden begonnen met er het woordje ‘open’ aan te koppelen. Hier aan zee wordt dit commando enorm geoefend: we vinden geen goede touwen – iemand een idee waar we goed mooi touw kunnen kopen? – om aan de deuren te bevestigen waardoor ik de deur met veel moeite open foefel en Valéas die verder ‘open’ moet doen met zijn neus.
Na het Kerstcafé van zaterdag, dat trouwens superformidabel was met dank aan organisatie Cathy en co, kwam Anne-Catherine voor anderhalve dag mee naar zee. Zij was helemaal niet gehaast en keek geamuseerd toe hoe Valéas de deur van de badkamer half opende en dan met volle overtuiging weer dicht knalde, hopend op een ‘jaaaa’ of een ‘waaaaw’, een ‘woehoeeeeh’, een ‘joepiedepoepieeeee’ of een ‘jihaaaa’. Niet dus: ‘open’ is open en niet toe… Sinds gisteren zijn we aan het finaliseren, de puntjes op de i aan het zetten. Hij weet wat ‘open’ betekent en vanaf nu gaan we het commando oliën tot het zo vlot gaat dat hij sneller is dan Maarten!

































Recente reacties